Wat kun je leren van de enige Nederlander die alle 8000’ers heeft beklommen?

11 mei 2019 | Hiken

Dit artikel van Rayuela verscheen eerder op Mountain Reporters

Het zaaltje op de bovenverdieping van outdoorwinkel Carl Denig in Amsterdam stroomde vol voor het verhaal van Hans van der Meulen. In 1995 klom hij mee in de Nederlandse expeditie naar de K2, georganiseerd door Ronald Naar. K2: 8611 meter hoog en daarmee na Mount Everest de hoogste van de wereld, maar een stuk gevaarlijker. Zes klimmers, twee artsen, een technicus, een basiskamp-manager en een cameraman. En natuurlijk veel dragers; zo’n 300. Toen Hans aan de K2 begon had hij de Mount Everest al wel gedaan, maar deze expeditie moest hij voortijdig afbreken wegens bevroren vingers. Zo’n beslissing voor een tocht naar de top van deze killermountain gaat dan ook niet over één nacht ijs. “Je bedenkt je ook nog eens een paar keer voordat je gaat.”

Hans neemt ons in zijn verhaal mee op reis, zijn vertellingen worden afgewisseld met foto’s en hij laat regelmatig een kaart en route zien voor het overzicht. De beelden worden ondersteund met mooie geluidsfragmenten welke speciaal voor deze expeditie zijn gemaakt. Wat kun je leren van zo’n expeditie, die inmiddels 24 jaar geleden plaats vond?

Terug naar de jaren ’90

Minstens zo interessant aan de lezing zijn de veranderingen tussen bergbeklimmen in de jaren ’90 en het heden. Zo nam de expeditie toentertijd drie maanden in beslag, waar het nu doorgaans in zo’n zes weken tot twee maanden gedaan wordt. Eén van de redenen is dat de toewegen naar de berg veel beter zijn geworden en er is zelfs een hotel. Maar er is ook veel veranderd op het gebied van voeding. De keuze in expeditievoeding is tegenwoordig ruim, maar in 1995 was er bijvoorbeeld nog geen Adventure Food, het bedrijf waar Hans eerdaags eigenaar van was en nu nog werkzaam voor is. 

De hoeveelheid glazen (!) potten sambal en ketjap op de foto is dan ook indrukwekkend, en bovendien ook nog eens te overvloedig meegenomen, zo vertelt Hans. Maar deze konden nog verruild worden met een Amerikaanse expeditie. In zijn tijd duurde de tocht naar de voet van de K2 zo’n 10-11 dagen. Tegenwoordig is dat zo’n 7 dagen en dat maakt het ook een stuk goedkoper.

Zonder extra zuurstof

Hans heeft deze expeditie zonder extra zuurstof gedaan. “Dat wilde ik. Maar dat was wel de lat vrij hoog leggen.” In die tijd de K2 klimmen zonder zuurstof betekende 33% kans dat je het basiskamp niet haalt. Zuurstoftekort betekent geen eetlust, uitputting, vochttekort en je bloed wordt dikker. Op het basiskamp, dat op bijna 5000 meter ligt, is er nog maar 50% zuurstofdruk. Veel mensen kunnen daar al niet meer slapen. De klimmers krijgen uit voorzorg iedere avond consult bij één van de artsen. De dragers dragen de zuurstofflessen en degenen die de toppoging doen, doen dat met gebruik van extra zuurstof.

Hans heeft ook na K2-beklimming nooit meer extra zuurstof gebruikt.

 

Hans onderstreept dat klimmen op extreme hoogte zonder extra zuurstof niet voor iedereen weggelegd is

 
“Als je op andere bergen extra zuurstof gebruikt, ben je geen echte bergbeklimmer.” Maar Hans erkent dat met dat standpunt er wel meer ongelukken gebeuren en hij onderstreept dat klimmen op extreme hoogte zonder extra zuurstof niet voor iedereen weggelegd is en voegt er nuchter aan toe: “Ik heb blijkbaar goede genen om goed met dat zuurstofgebrek om te gaan. Daar hoef ik me niet voor op de borst te kloppen. Maar ik ga niet met flessen lopen. Die zuurstofflessen vind ik ook een vraagteken: de flessen blijven vaak achter, je kan vaak je eigen rotzooi niet mee terug nemen. Als het niet gaat zonder zuurstof, dan ga ik wel terug.”

Dragers

Zo’n toppoging op de hoogste bergen op de wereld wordt doorgaans met dragers ondernomen. Ook hierin geeft Hans een mooi inkijkje in zijn lezing. Op de K2 gaan zo’n 40 expedities per jaar over deze route en één expeditie voor zo’n 15-20 Europeanen bevat al snel 250 dragers. Een drager heeft gemiddeld 20 kg aan benodigdheden bij zich plus 5-6 kg bepakking voor zichzelf. Die benodigdheden bestaan uit tonnen vol voeding en kampspullen, maar er gaat ook een fax mee, en zonnepanelen, accu’s en een aggregaat.

Er zijn ook dragers die voor de dragers dragen. Zij nemen bijvoorbeeld het chapatimeel om te bakken mee, en als dat op is, dan kunnen ze weer naar beneden. Foto’s van dragers in basiskamp volgen; het is er heel druk. Het basiskamp moet geregeld herschikt worden omdat het op een gletsjer staat en die verschuift per dag een paar centimeter. De dragers verdienen zo’n 30-40 dollar per dag. Ze willen graag werken, maar je moet goed kijken of ze wel gezond en sterk genoeg zijn. Er is veel vitaminetekort en er zijn veel ziektes, sommigen kunnen niet meer herstellen. Ze zijn wel verzekerd. Het is niet ongewoon dat er dragers tijdens een expeditie overlijden en omdat zij meestal een hele familie moeten onderhouden krijgen ze een premie waarmee ze 4-5 maanden hun familie van kunnen voorzien. Ze tekenen een contract, maar veruit de meesten zijn analfabeet. Sidhar is de leider en hij helpt de dragers bij de contracten en de uitbetaling. Die geschiedt pas op basiskamp, waar de meeste dragers de nacht gehurkt doorbrengen. Sidhar telt de briefjes uit een vuilniszak vol geld, die tot die tijd gediend heeft als Wilco’s kussen. De dragers willen zo snel mogelijk weer terug naar beneden, maar 250 man uitbetalen gebeurt ook niet in vijf minuten. Naar beneden lopen gaat gelukkig twee keer zo snel, vooral omdat je geen acclimatisatietijd nodig hebt. De dragers zullen weer op de afgesproken datum terugkomen.

Welke eigenschappen moet je als klimmer hebben?

Het leven in de tent wordt steeds moeilijker gedurende de expeditie. Zo wordt een goed humeur houden steeds uitdagender en je doet uren om op die hoogte van sneeuw een litertje water aan de kook te krijgen. Maar ook naar de wc gaan is geen prettige aangelegenheid met -30 graden en je uitkleden in de tent is ook een uitdaging: drie paar handschoenen, je stijgijzers moeten af, alle lagen kleding.

 

naar de wc gaan is geen prettige aangelegenheid met -30 graden en je uitkleden in de tent is ook een uitdaging

 

Als je uit de tweepersoons tent waar je met drie man in ligt eruit moet, jaagt de wind met windkracht 5-6 je tegemoet. Maar naast een goed humeur houden, veel geduld en doorzettingsvermogen hebben moet een goede klimmer ook sociaal zijn. Kun je een kopje thee zetten voor iemand als je als eerste bij het kamp aankomt? Weerbarstig kunnen zijn is is ook een fijne eigenschap. Je gaat te maken krijgen met vrieskou en heel veel wind en de temperatuur kan in een paar uur van 30 graden naar -20 gaan.

Je moet ook iemand zijn die veel voeding kan opslaan. Hans valt zo’n 6-7 kg af na zo’n 8000’er. “En ik ben al niet zo’n grote jongen.”  Dat klinkt makkelijker dan het op grote hoogte is, “want honger heb je niet. Alles gaat in spaarstand. Brandstof gaat naar spieren en hersenen. Tot zo’n 6000 meter eet je nog snackjes. Maar bijvoorbeeld geen marsen meer, want die zijn bevroren. Tegenwoordig is dit wel makkelijker, omdat outdoor-voeding nu veel meer uitgedokterd is.” Toch kun je altijd getroffen worden door een bacterie of door ziekte. Er is niet alleen te weinig tijd om daarvan te kunnen herstellen, je herstelt eigenlijk ook helemaal niet meer op extreme hoogtes. Zo moesten zijn medeklimmers voortijdig afhaken.

Op naar de top

De laatste dagen van de expeditie: de tijd begint te dringen. Je moet de toppoging plannen, want de dragers zijn op afspraak bij het basiskamp voor de terugweg; alle spullen moeten de berg weer af. Maar dan, op 17 juli 1995: Hans was in topvorm, de dragers zagen mooi weer: dit was hun kans voor de top. Ze leggen stukken af van 50 meter in een uur. Dankzij de dragers wordt er 60% door heupdiepte in de sneeuw gespoord.

Maar dan, op 17 juli 1995: Hans was in topvorm, de dragers zagen mooi weer: dit was hun kans voor de top

Hans doet de andere 40%. Het is loodzwaar. Maar na 15 uur zwoegen staat Hans dan op de top. Blijheid, maar ook vrees, ongerustheid en onzekerheid: je moet immers nog naar beneden, en daar gebeuren de meeste ongelukken. Maar Hans weet gelukkig ongeschonden zijn beide voeten weer aan de voet van de berg te krijgen.

 
Overweeg je ook om een berg te beklimmen of een trektocht te maken? Zorg dat je je goed voorbereidt. Wil je weten hoe? Kijk op www.rayuelaoutdoor.nl/hikeprep