Stoppen met sporten

5 jan 2019 | Drijfveer voor buiten, Touwtragedie, Vitaliteit

“Ik wil stoppen met sporten.” zei ik. Het was 3 jaar geleden, op de vooravond van mijn solohike in Portugal.
Ik zei het hardop, nog voordat ik de zin zelf goed had laten doordringen.

Ik was fitnesstrainer en in die hoedanigheid was het ook logisch dat ik een sportgekkie was. Ik had in mijn sportleven inmiddels alle fases doorlopen, van cardiobunny tot groepslesjunkie, van wedstrijden tot en met de befaamde biceps-selfies voor de spiegel in allerlei gyms. Hoewel ik de 6 x per week doubles (’s ochtends cardiosessie, ’s avonds krachtsessie) inmiddels wel achter me had weten te laten, was ik nog steeds met grote regelmaat (lees: zo goed als dagelijks) in het krachthonk te vinden, maar zelden met plezier. Ik hoorde mezelf steeds vaker “Och, soms is het net werk” antwoorden op de vraag “Ga je lekker sporten?”, omdat ik dan -bij gebrek aan zin- een ‘onderhoudsessie’ voor de boeg had. Dat hield meestal een ongeïnspireerde zo-lang-er-maar-kracht-op-weefsel-is-zal-het wel-goed-wezen-sessie in.

Ik ging altijd, omdat ik maar al te goed wist hoeveel tijd en energie ik in al die jaren in het vergaren van die paar schamele lichaamslijntjes had gestopt, dat ik niet bereid was om dat allemaal in no time te niet te doen. Bovendien was een niet uitgevoerde krachtsessie een kwelling voor mijn hoofd. Ik was dan lui en deed geen eer aan mijn levenswerk tot dan toe. Dus naast die ‘onderhoudsessies’ kwamen er ook regelmatig ‘hoofdsessies’; een workout om te voorkomen dat je de rest van de dag ten ondergaat aan schuldgevoel. Met trainen had het eigenlijk steeds minder te maken en feitelijk werd het steeds meer een beperking van mijn autonomie. Mijn zelfopgelegde, verplichte workouts domineerden mijn dagen, weken en agenda en ik haalde er zelden plezier uit. En dat wilde ik stoppen. Ik wilde natuurlijk niet echt stoppen met sporten en ik wist ook dat dat nooit écht zou gebeuren. Wat ik vooral voor ogen had met het statement ‘stoppen met sporten’ was dat ik weer wilde bewegen voor plezier en gezondheid. Ik wilde mijn autonomie weer terug. Ik wilde bewegen als het mij uitkwam, omdat ik er zin in had en er plezier mee beleefde en niet vanwege allerlei doemscenario’s en dogma’s.

In 2012, nog in de hoogtijdagen van mijn gymgekte, overwoog ik wat uitdaging in de vorm van een wedstrijd te zoeken. In plaats van fitness, besloot ik uitgelaten terug te grijpen naar de vergane glorie van mijn buitenspeelkwaliteiten en zo nam ik in 2013 weer deel aan een survivalrun (hoe dat afliep lees je hier:…). Om er voor te trainen deed ik wekelijks een survivaltraining buiten in de bossen, vol met netten, touwen en modder waarin ik na 16 jaar opnieuw met enthousiasme bezig was met houthakken, boogschieten, klimmen en klauteren. Dat buitenspelen, dat was wel wat. Ik stortte me op de wedstrijden, benaderde ook dat met net zoveel  bevlogenheid als de gym, inclusief een compleet periodiseringsplan en een tot op de gram uitgedokterd voedingsschema. Inmiddels was ik in mijn leven volledig geacclimatiseerd aan de betonnen omgeving van de stad, maar na 1,5 uur survivaltraining in de natuur kwam ik altijd uitgelaten terug. Ik besloot om meer buiten te zijn. Maar eigenlijk was ik er helemaal niet zo goed in. Ik kon nog geen knoop leggen, spoorzoeken of een fatsoenlijk vuurtje stoken.…buiten zijn bleek ineens een verwaarloosde natuur. Hoe je echt lang buiten kan zijn leerde ik in een opleiding voor hike & survivalinstructeur…op dezelfde lokatie waar de survivaltrainingen in mijn puberjaren plaatsvonden. Eindelijk buitenspelen als een pro! Ook leerde ik hoeveel spullen je eigenlijk nodig kon hebben voor minimalistisch buitenleven en deze fascinatie bracht me een queeste naar de juiste afwegingen voor je uitrusting voor verschillende type hikes, terug te vinden onder Rayuela’s Trailmix. 

Hoewel enerzijds de liefde voor survivalrun weer oplaaide, was het ook hetgeen me mentaal sloopte. Een recreatieve run had de zwaarte van een Olympische wedstrijd en het leverde me per hindernis meer onhoudbare stress en paniek op, totdat ik verlamde en helemaal niet meer bij de start durfde te verschijnen. Waarom stopte ik niet gewoon?

“Ik wil stoppen met sporten.”

De eerst volgende emotie na het uitspreken van die zin was bij benadering een vorm van doodsangst, gevolgd door een lawine aan vragen. Hoe doe je dat eigenlijk, stoppen met sporten? Hoe ging ik dan dat gevecht in mijn hoofd aan? Moest ik het cold turkey doen? Of was afbouwen slimmer? En wat ging ik er voor in de plaats doen? Zou ik helemaal stoppen met krachttraining? Of zou dat nog een plek hebben? Zelfs enkele jaren geleden na meerdere verkeersongevallen die een uitkomst van 3 maanden op krukken hadden opgeleverd, was ik onvermurwbaar bijna dagelijks in de gym te vinden. Dit ging dus nog een aardige kluif worden. Het bleek een kluif van 2 jaar te worden. Cold turkey was heel duidelijk geen optie. Ik stierf nog liever van de pijn met tranen in m’n ogen en 2 dumbells in m’n handen dan niet naar de gym gaan, leerde ik van mijn revalidatieperiode. Afbouwen, vallen en opstaan en alternatieven zoeken. In deze jaren kon het contrast in mijn dagelijks leven nauwelijks groter zijn; waar ik in mijn functie als fitnesstrainer vooral bezig was mensen méér te laten sporten, was ik in mijn privéleven juist bezig met het reduceren van mijn workouts.

De uitspraak ‘stoppen met sporten’ was op de vooravond van mijn solohike in Portugal en die timing bleek perfect. Ik had ook hier, voor de zekerheid, de weken in aanloop ervan ‘extra krachtsessies als buffer’ gedaan. De weken tijdens mijn hike kwam ik goed door; het was een uitstekende afkicktijd, omdat iedere dag de kliffen op en af zwoegen met 23 kg op mijn rug een prima workout was om mijn hoofd gedeisd te houden. Geïnspireerd door buiten leven tijdens mijn hike, besloot ik na mij hike om nog veel meer buiten te zijn en op zoek te gaan naar manieren om vooral anders te bewegen én meer buiten te zijn. Deze alternatieven leverden me meer dan ik toen kon voorzien. Inmiddels is het al veel makkelijker om een dag fatsoenlijk bewegen te accepteren als sport-activiteit of om een dag níet te sporten.  En, eerlijkheidshalve, zelfs nu ben ik nog niet helemaal genezen. Op vakantie gaan blijft een mindfuck, met een vermeerdering van workouts in de weken vooraf zoals een dier z’n voedselvoorraad aanlegt voor z’n winterslaap, en zo nu en dan speelt er nog wel eens een slaafse ‘hoofdsessie’ of ‘onderhoudsessie’ af in het krachthonk. Ik heb weliswaar nog een minimale basishoeveelheid van 2 krachtsessies per week, maar de hoeveelheid sets laat ik afhangen van mijn enthousiasme, mijn herhalingen tel ik niet meer en het trainingsgewicht is vooral willekeur. Ik ben geen slaaf meer van de getallen en de sets’n’reps; de krachttraining zelf is het doel geworden, zoals bij spelen het spelen zélf het doel is. Op andere dagen tracht ik zoveel mogelijk buiten te zijn, activiteiten te doen die in de eerste plaats vooral leuk zijn, veel te wandelen of te ontdekken op welke manieren je allemaal kan bewegen zonder een ander doel dan bewegen zelf en buiten zijn.
Stoppen met sporten heeft me veel gebracht:  meer naar buiten, meer hiken en meer perspectief: uiteindelijk heeft het geleid tot Rayuela.